Noorwegen: ook vanaf de kant succesvol
>>>>> Terug


Het vissen in de fjorden vanf de kant.

Voorop gesteld dat ik zelf het liefst vanuit een boot vis, kun je natuurlijk ook prima resultaten vanaf de kant boeken. Zowel met kunstaas als ook met natuurlijk aas. Het aanbod van pieren en zagers zoals wij dat kennen is erg beperkt, maar met een reepje vis lukt het ook zeker. Zoek naar een stek waarbij je goed bij het water kunt komen. Steigers, een kademuur of op de plaatsen waar de rotsen stijl het water ingaan. Wat de rotsen en bergen betreft: er wordt wel eens gezegd dat je aan structuur boven water het uiterlijk onder water kunt afleiden.
Hoge stijle bergen en rotsen, duiden vaak op stijle wanden onder water en meestal grote dieptes. Zand en kiezelstranden laten zien dat de bodem veel geleidelijker afloopt.

Je kunt op verschillende manieren te werk gaan. Begin eens met een paar testworpen. Oude afgedankte pilkertjes zijn raadzaam. Je bent immers onbekend op een nieuwe stek en je weet niet wat te verwachten op de bodem. Dus ingooien en op de bodem laten zakken. Voorzichtig over de bodem binnenvissen. Je merkt al snel of je vaak vast zit of niet. Zo krijg je spoedig een redelijk inzicht in de bodemgesteldheid en het kost je hooguit een oude pilker. Durf je het aan blijf je zo vissen. Zo vermogelijk inwerpen, pilker tot op de bodem laten zakken. Daarna een paar meter binnenhalen, draaien of door de hengel achterover te halen. Weer laten zakken op de bodem en weer halen. Op deze manier vis je de bodem af. Goed met shad, twisters en de eerder genoemde pilkertjes. Vergeet ook een verzwaarde spinner en/of lepel niet. Op deze manier vissend maak je goede kans op gul, leng en ook een mooie platvis zal je kunstaas zeker grijpen.

Een tweede succesvolle methode is om je kunstaas vanaf de bodem in een keer rustig binnen te vissen. Dus niet tussentijds laten zakken, echter in een keer door binnendraaien. Je vist nu de middelste waterlaag af.
Goede kans op pollak, koolvis en met een beetje mazzel pak je een mooie zeeforel. Misschien zelfs een zalm maar dit zal echt een uitzondering blijven. Succesvol kan ook zijn om een “gewone” makreelpaternoster met een loodje te vissen. Neem bijvoorbeeld 50 gram lood onderaan een verenpaternoster. Zo ver mogelijk in werpen en rustig binnendraaien. Koolvis, pollak, maar ook makreel zijn op deze manier te vangen.

Wat betreft het materiaal: je kunt heel goed uit de voeten met een stevige spinhengel. Gebruik, al naar gelang het werpgewicht van de hengel, kunstaas tussen de 20 en 100 gram. Pilkertjes, lepeltjes, verzwaarde spinners, ze zijn er in divers gewichten te koop. Durf ook eens te variëren met kleuren wanneer je shad en/of twisterjes gebruikt. En vergeet de avonduren niet. Vaak is de vis aktiever als overdag en een groot bijkomend voordeel is, dat de wind, ook in Noorwegen, vaak in de avonduren af neemt. Dit geeft zelfs de mogelijkheid om eens een vlieghengel te proberen. Zeewaterbestendig materiaal is aan te bevelen, maar maak je na gebruik je reels en lijnen goed schoon, bijvoorbeeld onder de douche en goed af spoelen met lauw water, dan kun je ook met een zoete combinatie vele uurtjes visplezier beleven. Streamers in bijvoorbeeld rood of zwart kunnen het verrassend goed doen. Pollak, koolvis, gul, maar ook zeebaars behoren tot de mogelijkheden.

Af en toe tref je vlak onder de kust grote velden met bijvoorbeld kelp aan. Sla deze begroeiing niet over. Probeer met licht kunstaas, welke je hoog in het water kunt vissen, boven deze velden te vissen. Hier houdt zich bijvoorbeeld pollak op, maar ook vingen we diverse gulletjes. Zelfs op een drijvende plug konden we ze aan de schubben komen.

Naast alle soorten kunstaas kun je ook prima uit de voeten met natuurlijk aas. Je kunt dat doen zoals je hier bijvoorbeeld vanaf het strand of de pieren zou vissen. In de praktijk kun je echter vaak lichter vissen. Reepje koolvis, makreel of misschien een pier of zager en deze vissen aan een paternosterje of een wapperlijntje op de bodem. Vlees uit bijv. een mossel of een ander schelpdier, die je op alle steentjes wel kan vinden, is ook zeer bruikbaar. Andere mogelijk is om bijvoorbeeld een geepdobber met daaraan een lange wapperlijn met aas te gebruiken. Niet allen geep, maar ook diverse andere vissen kun je op deze manier vangen. Mooi gekleurde lipvissen, koolvis, makreel e.d. houden zich ook op in het oppervlakte water. Ben je in de buurt van bijvoorbeeld een zeeëngte waar nog al wat getijdestroom staat, kun je zelfs alleen met haak en aas proberen. Simpel mee laten voeren door de stroom kan erg verrassend zijn.